Ridder Cornelius Witsoone

Cornelius Witsoone

De legende van ridder Witsoone

De gemeente Krombeke, en dus ook de plaatselijke wandelclub, is onlosmakelijk verbonden met de naam Witsoone. Volgens een oude legende was Cornelius Witsoone een vreemdeling (jager? ridder?) die verdwaalde in de toen uitgestrekte bossen die lagen tussen Poperinge, Krombeke, Proven, Watou, Westvleteren en Woesten. 

" Drij dagen en drij nachten dwaalde hij door de bosschen, zonder den uitgang te kunnen vinden. Op het punt zijnde van honger en dorst te sterven, nam hij in zijnen angst en benauwdheid, zijn toevlugt tot de H. Maegd en Moeder Gods Maria. En zie, nauwelijks zich aen de H. Maegd bevolen te hebbende, hoorde hij de klok van Crombeke luiden, hij geraekte aan den boord van het woud en was gered ..... 
Dezen Heer, om God en de Heilige Maegd over dit weldaed te bedanken, en ter eeuwigen gedachtenis van een zoo ongehoord geval, fondeerde in de kerk van Crombeke een eeuwig jaergetijde, met uitdeling van eenige sponden (korenmaat) in brood gebakken aen den armen; en wilde en gebood, dat er ten eeuwigen dage zoolang Crombeke zoude bestaen, alle dagen zoo veel klops te geven, als dat hij uren in het woud gedoold had, te weten 72 ....."  
Uit de gedenkschriften (1858) van Pastoor Carolus Derache (° Krombeke 1782, + Anzegem 1860)

Sinds eeuwen bestaat de traditie van de 72 "doolklops", en sedert 1 januari 1967, na de elektrificatie van de klokken, worden door de hamer 72 slagen gegeven op de grote klok, 's zomers om 20 u, in de winter om 18 u. De wandelclub draagt zijn naam dan ook met trots, en het geelzwarte logo is ondertussen alom bekend. 

260px-Krombeke_-_Sint-Blasiuskerk_1.jpg
ridder-10654.jpg